słownik angielsko - niderlandzki

English - Nederlands, Vlaams

job po niderlandzku:

1. baan baan


Dat kost me mijn baan.
Hij is zeker weten de beste man voor deze baan.
Ik zoek een baan.
Ik ben niet gelukkig met de baan die ik nu heb.
Hij werkt niet alleen niet, maar zal ook geen baan vinden.
Een vrachtwagen reed met volle snelheid op de baan.
Hebben er in jouw stad veel mensen een tweede baan?
De satelliet bevindt zich in een baan om de maan.
Ik dacht net aan een nieuwe baan.
Wat wil je vraagteken voor de nieuwe baan.
Als zijn vrouw er niet voor hem was geweest, was hij niet van baan gewisseld.
Ik heb nog geen baan gevonden.

Niderlandzkie słowo "job" (baan) występuje w zestawach:

lernbox 2 JOB HUNTING
engels unit 2 sb 2
2000 Most Used Dutch Words (1/2)
EN hst 3 woordjes