słownik angielsko - niderlandzki

English - Nederlands, Vlaams

speech po niderlandzku:

1. toespraak toespraak


Ik was zeer onder de indruk van zijn toespraak.
Moet ik een toespraak houden?
Zijn toespraak maakte indruk op de toehoorders.
Haar toespraak was uitmuntend.
Zijn toespraak duurde zo lang, dat men in slaap viel.
Zijn toespraak kwam niet overeen met de wil van de partij.
Niemand luisterde naar de toespraak.
De ceremonie begon met zijn toespraak.
Helaas was ik niet op tijd voor zijn toespraak.
Zijn toespraak werd onthaald op een enthoesiast applaus.
Uw prachtige toespraak, het waren toch maar parels voor de zwijnen.