słownik angielsko - niderlandzki

English - Nederlands, Vlaams

wise po niderlandzku:

1. wijs wijs


Het is waar dat ze jong is, maar ze is wijs.
Wees niet zo wijs!
Hij is eerder sluw dan wijs.
Niet alle mannen zijn wijs.
Door scha en schande wordt men wijs.
Het was heel wijs van hem het smeergeld af te wijzen.
Geluk maakt trots, ongeluk maakt wijs.

Niderlandzkie słowo "wise" (wijs) występuje w zestawach:

Top 300 adjectives in Dutch 101-150

2. verstandig verstandig


je moet verstandig zijn
Eigenlijk zou je een verstandig iemand moeten zijn!