słownik hiszpańsko - niderlandzki

español - Nederlands, Vlaams

llover po niderlandzku:

1. regenen regenen


Ik wou dat het ophield met regenen.
Het gaat regenen.
Juist toen hij het huis uit ging, begon het te regenen.
Hij stelde vast dat het waarschijnlijk zou regenen.
Het zal misschien regenen.
Nu dat het gestopt is met regenen, kunnen we naar huis gaan.
Ik had de bloemen geen water hoeven geven. Ik was er maar net klaar mee, of het begon te regenen.
Het houdt juist op met regenen, laat ons dus vertrekken.
Volgens de weersvoorspelling gaat het morgenmiddag regenen.
Alsof het allemaal nog niet erg genoeg was begon het ook nog eens te regenen.
Het zou kunnen regenen morgen.
Volgens de radio zal het morgen regenen.
Ik was pas buiten toen het begon te regenen.
Het begon te regenen om 4 uur 's morgens.
Laat ons wachten tot het ophoudt met regenen.