słownik hiszpańsko - niderlandzki

español - Nederlands, Vlaams

suelo po niderlandzku:

1. grond grond


Het papieren vliegtuig gleed langzaam naar de grond.
Hij bezit een groot stuk grond.
Deze huizen werden tot de grond platgebrand door de vijand.
Er zit een grond van waarheid in wat hij zegt.
Op de vierde verdieping is er geen warm water, maar op de begane grond wel.
Zijn razenij is maar oppervlakkig, in de grond is hij vriendelijk!
Liefde is blind uit de grond der zaak.
De grond is bedekt met sneeuw.
In Singapore is op de grond spuwen een misdaad.
Landbouw is gedefinieerd als het bewerken van grond om oogst te bekomen.
Te koop: vrijstaande woning met garage en 1200 m² grond op een mooie locatie aan zee.
Als je niet met je voeten bij de grond kunt, moet je het zadel verstellen, want dan staat het te hoog.
Zijn haar is zo lang dat het de grond raakt.
Stoeltjesliften vind ik eng; ik hou er niet van zo hoog boven de grond aan een draadje te bungelen.
De hertog bezit veel grond.

2. bodem bodem


Als je goed kijkt dan zie je dat de doos een valse bodem heeft.
Er is nog wat wijn op de bodem van het glas.