słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

apartament po niderlandzku:

1. suite suite



Niderlandzkie słowo "apartament" (suite) występuje w zestawach:

van Dale W MIEŚCIE

2. appartement appartement


Dit appartement is groter dan alle andere in dit gebouw.
We huurden het appartement.
Hij woont in een appartement.
Het hele gezin woont daar in een klein vuil appartement.
Mijn appartement is op de tweede verdieping.
Hoeveel kamers heeft het appartement?
Wat is er gebeurd? Het hele appartement is nat.

3. de suite de suite



Niderlandzkie słowo "apartament" (de suite) występuje w zestawach:

Lekcja 13-14

4. het appartement het appartement