słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

bałagan po niderlandzku:

1. knoeit



2. rotzooi



3. puinhoop


In de kamer van mijn broer is het altijd een puinhoop.

Niderlandzkie słowo "bałagan" (puinhoop) występuje w zestawach:

ov chip kaart

4. knoeien



5. rommelig



6. de troep



Niderlandzkie słowo "bałagan" (de troep) występuje w zestawach:

Usłyszane 65

7. rommel


In het zolderkamertje vonden ze alleen oude rommel.
kijk de grond! hij ligt vol papier en kleren. Wat een rommel is het hier!

Niderlandzkie słowo "bałagan" (rommel) występuje w zestawach:

Holenderskie słówka III

8. troep


Ik sta soms versteld hoeveel troep sommige mensen in één week kunnen maken.
Wie ruimt die troep op?

9. de puinhoop



10. kliederboel


Hij schept de natte aarde weg en makt er een kliederboel van

11. rommeltje



12. de zooi