słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

biuro po niderlandzku:

1. bureau bureau


Dit is mijn bureau.
Je horloge ligt op het bureau.
Ik heb een briefje op mijn bureau gevonden, maar ik weet niet van wie het is.
Waarom zit je onder het bureau?
Ik maakte een bureau van hout.
Ik ben maar één werkdag weggeweest vanwege een verkoudheid en er liggen stapels papier op mijn bureau.

Niderlandzkie słowo "biuro" (bureau) występuje w zestawach:

het woorden part 1
słówka zo gezegd 1 i 2

2. het kantoor het kantoor


De baas is momenteel niet in het kantoor.

Niderlandzkie słowo "biuro" (het kantoor) występuje w zestawach:

1000 najpopularniejszych słów po niderlandzku 601 ...