słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

dane po niderlandzku:

1. het gegeven het gegeven



Niderlandzkie słowo "dane" (het gegeven) występuje w zestawach:

lista rzeczowników z 'het' A-L

2. gegeven gegeven


Aan wie hebt ge dat gegeven?
Een gegeven woord is wet.
Hij heeft mij een hand gegeven.
Wat hebt ge gezegd dat ge haar op haar verjaardag gegeven hadt?
Aan hoeveel studenten heb je het hoogst mogelijke cijfer gegeven?
Hij heeft zijn leven gegeven voor zijn vaderland.
Ik zou willen dat mijn cijfers me meer konden schelen, maar het lijkt erop dat ik op een gegeven moment in mijn leven besloten heb dat die niet zo belangrijk meer zouden zijn.
Aan wie van u twee heeft de leraar de prijs gegeven?
Maar het was hen niet gegeven elkaar te ontmoeten.
Ik ben het uurwerk verloren dat mijn vader mij gegeven had.
Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken.
Belangrijker dan het geschenk is hoe het wordt gegeven.
De leerkracht heeft ons veel huiswerk gegeven.
Ik heb hem het weinige geld gegeven dat ik bij mij had.
Hij is de persoon aan wie ik mijn woordenboek heb gegeven.

Niderlandzkie słowo "dane" (gegeven) występuje w zestawach:

sprawy urzędowe

3. de gegevens de gegevens



Niderlandzkie słowo "dane" (de gegevens) występuje w zestawach:

1000 rzeczowników po niderlandzku 151 - 200