słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

dowód po niderlandzku:

1. bewijzen bewijzen


We moeten bewijzen dat hij onschuldig is.
Kunt u dat bewijzen?
Welke bewijzen heeft u?
Ik weet niet hoe ik dat moet bewijzen, aangezien het zo duidelijk is!
Bij gebrek aan onweerlegbare bewijzen werd de gevangene vrijgelaten.
Wiskundigen zijn dichters, alleen moeten ze de vruchten van hun fantasie ook nog bewijzen.

2. de identiteitskaart



3. bewijs


Tatoeba is een ander bewijs voor de solidariteit van esperantisten overal ter wereld.
Het bewijs wordt overgelaten aan de lezer.

Niderlandzkie słowo "dowód" (bewijs) występuje w zestawach:

holenderski 2

4. bewijsmateriaal



5. het bewijs



Niderlandzkie słowo "dowód" (het bewijs) występuje w zestawach:

1000 najpopularniejszych słów po niderlandzku 676 ...