słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

dyrektor po niderlandzku:

1. directeur directeur


De directeur van de school wil de kantine sluiten en een nieuwe recreatieruimte creëren voor de leerlingen.
De directeur van het bedrijf, aan wie ik u deze vrijdag heb voorgesteld, wil u weer spreken.
Meneer Bush, directeur van onze school, is afgestudeerd aan Yale.
De directeur stelde een nieuw plan voor.
Hij handelde achter de rug van de directeur.

Niderlandzkie słowo "dyrektor" (directeur) występuje w zestawach:

holenderski 2