słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

gruby po niderlandzku:

1. dik dik


De vrouw is dik.
Hoe vet zou het zijn als Obama een mooi, dik afrokapsel zou laten staan?
De muur is twee meter dik.
Mijn oom is mager, maar mijn tante is dik.
Vrouwelijke wiskundigen zijn niet dik gezaaid.
In het koetsje zat een heer, niet knap, maar ook niet slecht van uiterlijk, niet al te dik, niet al te dun; oud kon hij niet genoemd worden, maar hij was ook niet al te jong.
Ik kan dat dik boek niet uitlezen in een week.
Ik ben zo dik.
Op de vloer ligt een dik tapijt.
Zou Koning Albert een geheime relatie hebben met Prinses Diana? Ik geloof van niet. Hij is te dik.
Normaal ben ik mager, maar nu ben ik dik.
Van dik hout zaagt men planken.
Zijn stem is iel, hoewel hijzelf dik is.
Het ijs is dik genoeg om er op te lopen.
Ik zie er dik in deze jurk uit.

Niderlandzkie słowo "gruby" (dik) występuje w zestawach:

uiterlijk an karakter