słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

lekarstwo po niderlandzku:

1. geneesmiddel geneesmiddel


Dit geneesmiddel zal u helpen.
De waarheid is als een geneesmiddel. En daarom heeft ze ook bijwerkingen.
Ik heb een voorschrift voor dat geneesmiddel.
Volgens mij brengt pure meditatie je meer tot rust dan eender welk geneesmiddel.
Het effect van het geneesmiddel was bewonderenswaardig.

2. de medicijn de medicijn



Niderlandzkie słowo "lekarstwo" (de medicijn) występuje w zestawach:

Thema 1 van DE OPMAAT

3. medicijn medicijn


Dit medicijn smaakt bitter.
Slachten is het beste medicijn.

Niderlandzkie słowo "lekarstwo" (medicijn) występuje w zestawach:

holenderski 2

4. de geneesmiddel de geneesmiddel



Niderlandzkie słowo "lekarstwo" (de geneesmiddel) występuje w zestawach:

22.03.2017 Lekarz

5. genezing genezing


De geneesmiddelen helpen de genezing.
De priester bad lang voor de genezing van de zieke.