słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

mądry po niderlandzku:

1. slim slim


Hij is slim.
Jan is een slimme leerling.
Het was een waar genoegen de avond met een slim, grappig en mooi meisje als jou door te brengen.
Hij leerde zo snel Chinees, iedereen zegt dat hij zeer slim is, dat hij echt een taalknobbel heeft.
Zij is echt slim, niet?
Hij is niet zo slim als zijn broer.
Wel, het zou dan wel zo kunnen zijn dan hij slim is, maar hij maakt vaak fouten door niet op te letten.
Een man met de naam Slim is bij dat ongeval gedood.

Niderlandzkie słowo "mądry" (slim) występuje w zestawach:

ta ostatnia niedziela