słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

materiał po niderlandzku:

1. stof stof


Van welke stof is dat vest gemaakt?
Stof het rek af.
Vier meter van deze stof kost negen frank; dus twee meter kost vier en een halve frank.
Als ze je niet ontvangen en niet luisteren naar je woorden, ga dan weg uit dat huis of die stad en stamp het stof van je voeten.
Gedenk dat gij stof zijt.
Het meisje maakte een pop van een stukje stof.
giftige stoffen; organische stoffen

Niderlandzkie słowo "materiał" (stof) występuje w zestawach:

holenderski 2

2. de stof de stof


zachte stof; harde stof