słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

mgła po niderlandzku:

1. de mist de mist



2. mist mist


Maar misschien zei ze het omdat ze mij mist...
Dit materiaal mist elasticiteit.
Je zult er op tijd aankomen, zolang je tenminste de trein niet mist.
Londen, waar ik woon, was vroeger beroemd om zijn mist.
Hij mist zijn gezin.
We konden niets zien dan mist.
Er hing mist boven de rivier.
Kijkend door de mist zag ik mijn toekomst.

3. nevel nevel


De nevel omsluierde Londen.

4. de nevel de nevel



Niderlandzkie słowo "mgła" (de nevel) występuje w zestawach:

deel 2 Wiercińska