słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

mokry po niderlandzku:

1. nat nat


Mijn broek is nat.
Als het regent, hebben we nat weer.
Wat is er gebeurd? Het hele appartement is nat.
De kat heeft graag vis, maar maakt niet graag zijn poten nat.
Ik kwam in een regenbui terecht en ben nat geworden.
Gelukkig werd niemand nat.
Het bord gleed uit mijn handen doordat ze nat waren.
Ik ben door en door nat.
Het is mij gelijk, of ik nat word.

Niderlandzkie słowo "mokry" (nat) występuje w zestawach:

300 określeń po niderlandzku 51 - 100