słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

nagle po niderlandzku:

1. ineens ineens


Toen ik mijn ogen weer open deed, stond er ineens een onbekende dame voor mijn neus.
Om ineens de grote favoriet te zijn voor de titel is daarom volkomen onwerkelijk.

Niderlandzkie słowo "nagle" (ineens) występuje w zestawach:

lekcja z książki
Moja lekcja 2

2. opeens opeens


Ik liep over de drukke straat, en opeens hoorde ik een schelle schreeuw.
Opeens begon het te regenen.