słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

pierwszy po niderlandzku:

1. eerste eerste


Aan de basis van de thermodynamica liggen de bewegingen van atomen en moleculen, en de bewegingswetten die we al geleerd hebben in het eerste deel.
Onze eerste les is wiskunde.
De eerste Esperantovertalingen waren eigenlijk al volbracht vóór de publicatie van het Esperanto zelf!
Het eerste reuzenrad ter wereld werd gebouwd in Chicago. Het is genoemd naar zijn bouwer George Washington Gale Ferris jr.
Zelfs als het bij de eerste poging niet lukt, kunnen we verder neuken tot ik zwanger word.
Ik kreeg de wind van voren omdat ik de eerste de beste yoghurt had gekocht en niet op de houdbaarheidsdatum had gelet.
In 1912 stierf de Oostenrijkse kleermaker Franz Reichelt toen hij vanaf de eerste verdieping van de Eiffeltoren sprong om zijn nieuwe uitvinding te testen, de parachutemantel, die niet werkte...
In haar twintig eerste levensjaren werd ze dikwijls voor een jongen gehouden.
Om een situatie als vorig jaar, toen er een pekeltekort was, te voorkomen, hebben veel mensen nu al ruim voor de eerste vorst een voorraadje strooizout ingeslagen.
Mijn eerste taak was om er ongekwalificeerde sollicitanten uit te halen.
Ik was blij haar stem te horen, maar haar eerste zin was: "Ik dacht al dat ge mij vergeten waart."
De wereld is een boek, zij die niet reizen lezen enkel de eerste bladzijde.
Johannes-Paulus II was de eerste paus, die zijn Paaszegen ook in Esperanto uitsprak, namelijk op 3 april 1994; de Kerstwens van dat jaar was eveneens in Esperanto. Hij ging daarmee verder in de volgende jaren en zijn opvolger deed dat ook.
De eerste vrouw, die Esperanto als moedertaal sprak, werd in 1904 geboren; vandaag zijn er meerdere duizenden Esperanto-moedertaalsprekers.
Het eerste wat je als beginnend skiër moet leren, is opstaan. Daarna leer je remmen en ploegbochten maken.

Niderlandzkie słowo "pierwszy" (eerste) występuje w zestawach:

numeric Pools