słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

prosić po niderlandzku:

1. vragen vragen


Je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen.
Hebben jullie vragen?
Vragen staat vrij, het weigeren staat erbij.
Vanaf volgende week hebben we tussentijdse examens. Denk eraan dat voor de vragen die je dan krijgt een enkel nachtje blokken onvoldoende is. Je moet echt nu beginnen!
Uiteindelijk hebben we beslist de raad te vragen van onze leerkracht.
De enige nuttige antwoorden zijn die antwoorden die nieuwe vragen oproepen.
Ze had schrik om rusttijd te vragen aan haar baas.
Hou eens op mij drankjes te vragen! Ga er zelf een halen.
Vroeger, toen ik nog op turnen zat, heb ik ooit eens mijn enkel verstuikt toen ik alleen een flikflak probeerde te doen. Ik had dat nog nooit alleen gedaan, maar ik durfde geen hulp te vragen, omdat ik net in een nieuwe groep zat en nog niemand kende.
Als ge iemand vragen kunt doen stellen, stuurt ge het gesprek naar uw doel.
Mocht iemand vragen waar het in het verhaal om gaat, zou ik het echt niet weten.
Ik schaam me ervoor het te moeten vragen, maar wat is dat?
Ik heb geen idee, ik ben niet zo thuis in dat soort zaken. Dat kun je beter aan die meneer daar vragen.
Jaarlijks vragen duizenden mensen politiek asiel aan.
Hou op te bedelen om een koekje, Tim, zei zijn moeder. "Je weet het: 'Kinderen die vragen, worden overgeslagen.'"