słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

siła po niderlandzku:

1. kracht


Dat heeft mij kracht gegeven om door te gaan.
Ik probeerde met al mijn kracht de deur open te krijgen.
Onderschat mijn kracht niet.
Moge de kracht met je zijn.
Waar de kracht regeert, zwijgt het recht.
Ik geloof in geestelijke kracht en zal je nooit verlaten.
God is onze kracht.
Piekeren neemt de zorgen voor morgen niet weg, maar wel de kracht van vandaag.
Een vriendelijk woord bereikt meer dan brute kracht.