słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

spokój po niderlandzku:

1. rust rust


Voeg geen zinnen toe uit bronnen waar auteursrecht op rust.
Te veel rust is roest.
De rust keert terug.
Werk en vermaak zijn beide nodig voor de gezondheid; het ene geeft ons rust, het andere geeft energie.
Klassieke muziek brengt me tot rust, terwijl moderne het omgekeerde effect heeft.
Hij rust op zijn lauweren.
Volgens mij brengt pure meditatie je meer tot rust dan eender welk geneesmiddel.
Hij gaf haar een snoepje opdat ze hem met rust zou laten.
Zorgen voor planten brengt je tot rust.
Rust roest.
Na zo lang werken is rust meer dan welkom.
Zet u en rust wat.
Laat me met rust!

Niderlandzkie słowo "spokój" (rust) występuje w zestawach:

holenderski 2

2. kalmte kalmte


Niet te vlug: beslis in alle kalmte.
Kalmte zal je redden.

3. vrede vrede


Vrede zij met u!
De vrede kwam terug na drie jaar oorlog.
We verlangden naar vrede.
Wij willen vrede voor de hele wereld.
Totdat jullie vrede sluiten met wie jullie zijn, zullen jullie niet tevreden zijn met wat jullie hebben.
Een olijftak symboliseert vrede.
Wie de vrede liefheeft, maakt zich klaar voor de oorlog.
Hij sprak over vrede.
Geef de vrede een kans.
Wilt ge vrede, bereid u voor op oorlog.
Rust in vrede.
Liefde en vrede.
Beter geluk en vrede, dan de grootste rijkdom.