słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

szczęście po niderlandzku:

1. geluk geluk


Veel geluk.
Ik heb geluk gehad dat ik er in geslaagd ben een goede babysit te vinden.
Vroeg of laat zal zijn geluk het laten afweten.
Hoe zoudt ge "geluk" definiëren?
De oorlog ontneemt hun het geluk.
Geluk komt niet alleen door rijkdom.
Geluk is meer dromen hebben dan de realiteit kan vernietigen.
Geluk moet je niet ver gaan zoeken: het zit in je eigen hoofd!
De vorige stoker had iets gedronken dat qua prijs overeenkwam met zijn salaris, en het toverdrankje bracht hem in dat verre buitenland, waar algehele werkeloosheid een synoniem is voor eeuwig geluk.
Het zou kunnen dat het geluk dat ons daar wacht, helemaal niet het soort geluk is dat we onszelf toewensen.
Alleen wie ongeluk kent, weet geluk te waarderen.
Zonder geluk vaart niemand wel.
De enige manier om op aarde het geluk te vermenigvuldigen is het te verdelen.
Geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt.
Geluk maakt trots, ongeluk maakt wijs.

Niderlandzkie słowo "szczęście" (geluk) występuje w zestawach:

słówka zo gezegd 1 i 2

2. het geluk het geluk


Heel zijn leven zocht hij het geluk.