słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

szczęśliwy po niderlandzku:

1. gelukkig gelukkig


We zijn gelukkig.
Gelukkig Nieuwjaar!
Nu is er gelukkig een overvloed aan Esperantomateriaal op het Internet.
Gelukkig was er een Armaniwinkel vlak bij het steegje waar Dima had geslapen.
Hij was gelukkig, hoewel ook arm.
Ze is altijd gelukkig als haar kleinzoon bij haar is.
Gelukkig kon ik weken later met mijn kinderen bellen.
Gelukkig raakte geen van de passagiers gewond.
We zijn nooit even gelukkig of ongelukkig als we onszelf indenken.
Hij was gelukkig om zijn droom te hebben waargemaakt.
De mijnwerker vroeg de geest uit de lamp om een gelukkig leven.
Mijn wonde is gelukkig snel aan het verdwijnen.
Als we maar eens ophielden met het proberen om gelukkig te zijn dan zouden we een zeer goed moment kunnen doorbrengen.
Gelukkig vonden wij een ontsnappingsweg.
Als je alles overweegt, is mijn vaders leven wel een gelukkig leven geweest.

Niderlandzkie słowo "szczęśliwy" (gelukkig) występuje w zestawach:

300 określeń po niderlandzku 1 - 50
przypadkowe slowa
słówka zo gezegd 1 i 2