słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

targ po niderlandzku:

1. markt markt


Op de markt kan men allerhande waren kopen.
drukke markt
Is dit nieuwe model op de markt verkrijgbaar?
Op de markt kost zulke kaas maar vijf euro zoveel per kilo.
Sinds jaar en dag staat hij iedere dinsdagmorgen op de markt met zijn viskraam.
Vanaf onze laan tot aan de markt is een lange afstand.

Niderlandzkie słowo "targ" (markt) występuje w zestawach:

van Dale W MIEŚCIE