słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

wynik po niderlandzku:

1. resultaat resultaat


Dit resultaat laat veel te wensen over.
Wanneer laat ge mij het resultaat weten?
Hij was verbijsterd over het onverwachte resultaat.
Wat doe je als je iets dat je zelf niet begrijpt op je lichaam hebt laten zetten en een onverwacht resultaat hebt gekregen?
Het resultaat van de verkiezingen was winst voor de liberalen.
Zijn inspanningen hebben resultaat opgeleverd.
Ik maak me zorgen over het resultaat.
De conferentie leidde to geen enkel resultaat.
Ge zijt verantwoordelijk voor het resultaat.
Ik ben helemaal niet tevreden met het resultaat.
Zijn talent en intelligentie tentoonspreiden geeft dikwijls een verkeerd resultaat.
Ervan afgezien dat de omstandigheden wat anders waren, was het resultaat van ons experiment hetzelfde als dat van Robinson.

2. het gevolg het gevolg



Niderlandzkie słowo "wynik" (het gevolg) występuje w zestawach:

lista rzeczowników z 'het' A-L

3. voortvloeien uit voortvloeien uit



4. resulteren



Niderlandzkie słowo "wynik" (resulteren) występuje w zestawach:

Taaltalent 4