słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

wysyłać po niderlandzku:

1. sturen sturen


Elk jaar sturen we vakantiekaarten aan onze grootouders.
Het is erg aardig van je om me zo'n mooi cadeau te sturen.
Zelfs mijn oma kan een boodschap sturen.
Kun je dat per e-mail sturen?
Zal je me een ansichtkaart sturen?
Herinner mij eraan het rapport morgen op te sturen.
Als de video te groot is om door te sturen, geef dan minstens een verwijzing.
Als ik je een spekje kon sturen, Trang, zou ik het doen.
Waarschijnlijk gaat de baas je naar Californië sturen.
Ik wil graag dit pakketje naar Canada sturen.
We zouden Jordan naar het ziekenhuis moeten sturen.

Niderlandzkie słowo "wysyłać" (sturen) występuje w zestawach:

500 czasowników po niderlandzku 351 - 400
1000 najpopularniejszych słów po niderlandzku 726 ...
czasowniki pl - nd