słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

zabić po niderlandzku:

1. moorden moorden



2. vermoorden vermoorden


Help! Zij vermoorden mij!
Slapen vrienden met hun vrienden en vermoorden ze daarna? vroeg Dima terug.

3. doden doden


Waarom doden mensen zichzelf?
Ik zou graag de tijd doden met jou aan mijn zijde.
Hier mag men niet dieren doden.
De man viel haar aan met de bedoeling haar te doden.
Patriotten spreken altijd over sterven voor hun land, en nooit over doden voor hun land.
Pistolen doden geen mensen. Mensen doden mensen.
Ik mag dan wel ongelukkig zijn, maar ik ben niet van plan mezelf te doden.
Islamieten begraven hun doden op begraafplaatsen.
Door het ongeluk zijn er veel doden gevallen.
Gij zult niet doden!
De aardbeving heeft ook honderdvijftig doden veroorzaakt.
Het doden van olifanten, tijgers en andere bedreigde diersoorten is niet alleen wreed, het is ook illegaal.
Ge kunt uzelf niet doden door de adem in te houden.