słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

zadowolony po niderlandzku:

1. tevreden tevreden


Hij was totaal niet tevreden.
Alle kinderen zijn tevreden met hun maaltijden.
Zijt ge tevreden met uw plaats in het bedrijf?
Totdat jullie vrede sluiten met wie jullie zijn, zullen jullie niet tevreden zijn met wat jullie hebben.
Gevolg is dat Groningers met meerdere schades ook een somberder toekomstperspectief hebben terwijl een overgrote meerderheid wel tevreden is met het dorp waar ze wonen.
Ik ben helemaal niet tevreden met het resultaat.
Ze zei: "Ik ben heel tevreden."
Ik heb de meest eenvoudige smaak. Ik ben altijd tevreden met het beste.
Met al zijn geld is hij niet tevreden.
Ik ben niet tevreden met wat je gedaan hebt.
Ik ben tevreden.
Mensen moeten leren tevreden te zijn.
Hij was tevreden met het speeltje.
Een tevreden geest is meer waard dan grote winst.
tevreden met

Niderlandzkie słowo "zadowolony" (tevreden) występuje w zestawach:

300 określeń po niderlandzku 51 - 100
Nowa książka