| Pytanie | Odpowiedź | |||
|---|---|---|---|---|
|
Ja hoor, zeg het maar. | Nu even niet, ik ben druk bezig.
|
||||
|
Natuurlijk, vraag maar. | Liever straks, als dat kan.
|
||||
|
Ja hoor, waarmee? | Sorry, ik kan nu even niet.
|
||||
|
Ja hoor, laat maar zien. | Ik ben even bezig, kan het straks?
|
||||
|
Ja hoor, geef maar. | Sorry, ik heb mijn handen vol.
|
||||
|
Tuurlijk, wat moet ik doen? | Sorry, ik moet helaas weg.
|
||||
|
Ja hoor, pak maar. | Sorry, ik heb het zelf nodig.
|
||||
|
Ja, hier heb je er een. | Nee, sorry, ik heb er geen bij me.
|
||||
|
Ja hoor, ga je gang. | Liever niet, ik heb het koud.
|
||||
|
Oh, natuurlijk, sorry. | Eén momentje, ik ben zo klaar.
|
||||
|
Ja hoor, geen probleem. | Liever niet, ik ben bang dat ik het kwijtraak.
|
||||
|
Ja hoor, dat doe ik. | Ik zie haar vandaag helaas niet.
|
||||
|
Ja, precies. | Niet helemaal, ik bedoelde iets anders.
|
||||
|
Ja, ik meen het. | Nee joh, ik maak een grapje.
|
||||
|
Ik bedoel dat het niet gaat lukken. | Sorry, ik leg het nog een keer uit.
|
||||
|
Ja hoor, ik zal het uitleggen. | Ik weet niet goed hoe ik het moet zeggen.
|
||||
|
Ja, dat klopt echt. | Nee, dat was een misverstand.
|
||||
|
Ja, honderd procent. | Nee, ik twijfel nog.
|
||||
|
Ja, ik meen het precies zo. | Nee hoor, het was bij wijze van spreken.
|
||||
|
Ja, dat bedoel ik. | Nee, ik bedoel iets anders.
|
||||
|
Ja, bijvoorbeeld dit. | Niet meteen, ik moet even nadenken.
|
||||
|
Gewoon uit nieuwsgierigheid. | Omdat ik me ergens zorgen over maak.
|
||||
|
Ja, natuurlijk. | Liever straks, we hebben nu weinig tijd.
|
||||
|
Natuurlijk, probeer maar. | Ik begrijp je al, hoor.
|
||||
|
Ja, helemaal. | Nee, daar ben ik het niet mee eens.
|
||||
|
Ja, lijkt me prima. | Nee, ik heb mijn twijfels.
|
||||
|
Ja, dat denk ik wel. | Nee, ik ben bang van niet.
|
||||
|
Ja, ik zou het anders doen. | Nee, ik zou het precies zo doen.
|
||||
|
Ja, ik heb er zin in. | Nee, eigenlijk niet.
|
||||
|
Nee hoor, helemaal niet. | Ja, eerlijk gezegd wel.
|
||||
|
Ja, daar kan ik me in vinden. | Nee, daar heb ik moeite mee.
|
||||
|
Ja, best wel. | Nee, ik vind het terecht.
|
||||
|
Ja, dat maakt veel uit. | Nee, voor mij maakt het niets uit.
|
||||
|
Ja, ik weet het nog niet zeker. | Nee, ik ben er zeker van.
|
||||
|
Ja, dat vind ik eerlijk. | Nee, dat vind ik niet eerlijk.
|
||||
|
Nee, je hebt volgens mij gelijk. | Ja, volgens mij klopt dat niet.
|
||||
|
Ik heb liever de eerste optie. | Voor mij maakt het niet uit.
|
||||
|
Ja, ik heb liever iets anders. | Nee hoor, maakt niet uit.
|
||||
|
Ja, als dat kan. | Nee hoor, dit is prima.
|
||||
|
Ja, iets zoets lijkt me lekker. | Nee dank je, ik zit vol.
|
||||
|
Ja, laten we dat doen. | Wacht even, ik wil nog iets zeggen.
|
||||
|
Ja, ik wil even alleen zijn. | Nee hoor, blijf gerust.
|
||||
|
Ja, laat maar staan. | Nee, zet het liever even weg.
|
||||
|
Ja graag, als je wilt. | Nee hoor, houd ze maar aan.
|
||||
|
Nee hoor, geen probleem. | Ik had het gezellig gevonden als je bleef.
|
||||
|
Nee hoor, helemaal niet. | Ja, ik moet straks echt weg.
|
||||
|
Ja, ik ga liever alleen. | Nee, ga gezellig mee.
|
||||
|
Ja graag, ik laat het je weten. | Nee hoor, ik heb al besloten.
|
||||
|
Ja graag, dat zou fijn zijn. | Nee hoor, ik ben bijna klaar.
|
||||
|
Ja graag, een flesje water. | Nee dank je, ik heb alles.
|
||||
|
Ja, begin maar vast. | Nee, wacht nog heel even.
|
||||
|
Ja, komt voor elkaar. | Sorry, daar heb ik nu geen tijd voor.
|
||||
|
Ja, houd rekening met wat vertraging. | Nee hoor, verder niets bijzonders.
|
||||
|
Ja hoor, ik kijk ernaar. | Niet nu, maar morgen kan het wel.
|
||||
|
Ja graag, dat zou fijn zijn. | Nee bedankt, ik ga met de fiets.
|
||||
|
Ja hoor, daar is prima. | Liever daar aan de zijkant.
|
||||
|
Ja, natuurlijk, sorry. | Ik kan het niet zachter zetten, helaas.
|
||||
|
Ja hoor, doe ik. | Sorry, ik heb mijn handen vol.
|
||||
|
Ja graag, ik snap het niet helemaal. | Nee hoor, ik begrijp het al.
|
||||
|
Ja, ik wil nog één ding zeggen. | Nee, dat was alles.
|
||||
|
Ja, er is iets fout gegaan. | Nee hoor, alles is goed gegaan.
|
||||
|
Ja, ik heb last van mijn rug. | Nee hoor, nergens last van.
|
||||
|
Ik ben mijn sleutels kwijt. | Niets ernstigs, hoor.
|
||||
|
Ja, het apparaat doet het niet. | Ik weet het zelf ook nog niet.
|
||||
|
Ja, het moet vandaag nog. | Nee hoor, het kan wachten.
|
||||
|
Ja hoor, geen haast. | Liever niet, het is dringend.
|
||||
|
Ja, gelukkig wel. | Nee, helaas nog niet.
|
||||
|
Ja hoor, het gaat prima. | Niet echt, kun je me helpen?
|
||||
|
Ja graag, dat zou helpen. | Nee, dat is niet nodig.
|
||||
|
Ja, ik red me wel. | Nee, ik heb wat hulp nodig.
|
||||
|
Ja, ik zou je hulp kunnen gebruiken. | Nee, maar bedankt voor het aanbod.
|
||||
|
Ja graag, heel even. | Nee hoor, ik ben klaar.
|
||||
|
Ja, gelukkig wel. | Nee, het was erger dan ik dacht.
|
||||
|
Ja, absoluut. | Nee, ik zou het niet doen.
|
||||
|
Ja, ik zag het al gebeuren. | Nee, totaal niet.
|
||||
|
Ja, echt waar. | Nee joh, ik maak een grapje.
|
||||
|
Ik ook niet, zeg! | Ik eigenlijk wel.
|
||||
|
Ja, echt vervelend. | Ach, het valt wel mee.
|
||||
|
Nee, helemaal niks. | Nou, het helpt een beetje.
|
||||
|
Jawel, echt waar! | Nee joh, grapje!
|
||||