słownik angielsko - niderlandzki

English - Nederlands, Vlaams

dance po niderlandzku:

1. dansen dansen


Wat jammer dat je niet kan dansen!
Ik wil graag met je dansen.
Wilt u met me dansen?
Vanavond gaan we dansen.
Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.
Ge kunt toch dansen, ja?
We dansen de wals.
Mijn vriendin kan goed dansen.
Aan acht jaar begon ze te dansen.
Zij wil dansen.
Laten we dansen op haar lied.
Waarom komt u niet met me dansen?
Waar heb je dansen geleerd?
Ik hou van dansen

Niderlandzkie słowo "dance" (dansen) występuje w zestawach:

Most common Dutch words 801 - 850
Engels hoofdstuk 5
5.2 RICK'S HOBBY