słownik francusko - niderlandzki

Français - Nederlands, Vlaams

danse po niderlandzku:

1. dans dans


Ik dans graag.
Er ligt een boek over dans op tafel.

2. dansen dansen


We dansen de wals.
Ge kunt toch dansen, ja?
Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.
Vanavond gaan we dansen.
Wilt u met me dansen?
Ik wil graag met je dansen.
Wat jammer dat je niet kan dansen!
Ik hou van dansen
Waar heb je dansen geleerd?
Waarom komt u niet met me dansen?
Laten we dansen op haar lied.
Zij wil dansen.
Aan acht jaar begon ze te dansen.
Mijn vriendin kan goed dansen.

Niderlandzkie słowo "danse" (dansen) występuje w zestawach:

Loisirs en hollandais