słownik włosko - niderlandzki

italiano - Nederlands, Vlaams

carta po niderlandzku:

1. papier papier


Papier is wit, kolenstof is zwart.
Ik ben maar één werkdag weggeweest vanwege een verkoudheid en er liggen stapels papier op mijn bureau.
Ik plak niet op papier.
Er ligt een wit papier op tafel.
De hoeveelheid papier die een land produceert, is sterk verbonden met zijn culturele normen.
Papier is geduldig.
Hebt ge papier?
Ik heb een envelop, papier en een potlood of pen nodig.
Papier brandt gemakkelijk.
Hij kan niet zeggen wat op het papier staat geschreven.
De kleuters knutselden olifanten van wc-rolletjes, papier en lijm.
Het papier is heel wit, maar de sneeuw is witter.
Breng mij een stukje papier a.u.b.
Elke soort papier is geschikt.
Breng een blad papier alstublieft.

2. kaart kaart


Er ligt één kaart op tafel.
Deze plek staat niet op de kaart.
Wat is de cash-limiet voor deze kaart?
Wat stellen deze punten op de kaart voor?
De dikke lijnen op de kaart zijn wegen.
Hij bestudeerde de kaart om een binnenweg te vinden.
Er hangt een kaart aan de muur.
Ze zaten aan tafel en speelden kaart.
Hier uw kaart met de afspraak.
Hoe gebruikt men die kaart?
Hij kaart graag.
De rode lijnen op de kaart stellen spoorwegen voor.
Laten we kaart spelen.
Kunt ge mij Porto Rico tonen op de kaart?