słownik norwesko - niderlandzki

Norsk - Nederlands, Vlaams

hytte po niderlandzku:

1. huisje huisje


Elk huisje heeft z'n kruisje.
Ze heeft een huisje aan zee.

2. cabine cabine


Aan de kabelbaan hangen cabines waarin plaats is voor vier personen. De skistokken dient men bij zich te houden; de ski's kunnen in de daarvoor bestemde houders aan de achterkant van de cabine geplaatst worden.

3. chalet chalet