słownik norwesko - niderlandzki

Norsk - Nederlands, Vlaams

kanin po niderlandzku:

1. konijn konijn


Dat was een slecht konijn.
Een konijn heeft lange oren.
De twaalf dieren van de Chinese dierenriem komen van elf diersoorten die in de natuur voorkomen, met name de rat, os, tijger, konijn, slang, paard, aap, haan, hond en varken, en ook de legendarische draak; ze worden als kalender gebruikt.
Wat is er? vroeg het kleine witte konijn.