słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

chleb po niderlandzku:

1. het brood het brood



Niderlandzkie słowo "chleb" (het brood) występuje w zestawach:

café en restaurant - kawiarnia i restauracja
Nederlands - podstawy 6
Nederlands - podstawy 1
jedzenie, zakupy

2. brood brood


Waar is al het brood gebleven?
Brood en spelen.
Ze verdienen hun brood met het verzamelen en verkopen van oude kranten.
Helaas is het recept van het brood "Susi" een geheim dat goed wordt bewaard door Susanne.
Neen, u vergist zich, mijnheer: uw brood is minder vers dan het mijne.
De bakker is geweldig. Ik zie wel brood in hem.
Nu, ik bak brood, luister naar muziek, of lees een beeldverhaal.
Boter, brood en groene kaas; wie dat niet zeggen kan, is geen oprechte Fries.
Als ze geen brood hebben, laat ze dan taart eten!
Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
Een hongerige maag denkt alleen nog aan brood.
Mijn moeder bakt elke morgen brood.
De één zijn dood is de ander zijn brood.
Er zijn mensen in de wereld die zo'n honger hebben, dat God alleen in de vorm van brood aan hen kan verschijnen.
Brood en boter is mijn gewoon ontbijt.

Niderlandzkie słowo "chleb" (brood) występuje w zestawach:

van Dale JEDZENIE