słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

miska po niderlandzku:

1. het bakje het bakje



2. de schaal de schaal



3. kom kom


Kom hier!
Uit welk land kom je?
Kom naar Transkarpatië, we zullen blij zijn u te ontvangen, we zullen u onthalen met zelfgestookte wodka en varkensvet in chocolade!
Wanneer je ook maar vrij bent kom me dan zien.
Kom morgennamiddag terug, dan zal ik meer tijd hebben om met u te spreken.
De soep in de kom was heel lekker.
Liefste, kom naar bed. "Neen, nu nog niet. Ik moet nog enkele zinnen vertalen in Tatoeba."
Laat me a.u.b. niet wachten, kom dadelijk, wil je?
We moeten nog even afeten, maar als we klaar zijn, dan kom ik direct.
Spijtig, mijn baas slaapt nu. Kom morgen terug alstublieft.
Kom, wij verwachten je, Redder van de wereld.
Na een hele middag schaatsen had ze trek in een lekkere kom hete snert.
Tatoeba: Kom bij de duistere kant. Wij hebben chocoladekoekjes.
Ik kom woorden te kort om de schoonheid van dit landschap te beschrijven.
Mag ik binnenkomen? "Ja, kom maar."