słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

papier po niderlandzku:

1. papier papier


Papier is wit, kolenstof is zwart.
Ik ben maar één werkdag weggeweest vanwege een verkoudheid en er liggen stapels papier op mijn bureau.
Ik plak niet op papier.
Er ligt een wit papier op tafel.
De hoeveelheid papier die een land produceert, is sterk verbonden met zijn culturele normen.
Papier is geduldig.
Hebt ge papier?
Ik heb een envelop, papier en een potlood of pen nodig.
Papier brandt gemakkelijk.
Hij kan niet zeggen wat op het papier staat geschreven.
De kleuters knutselden olifanten van wc-rolletjes, papier en lijm.
Het papier is heel wit, maar de sneeuw is witter.
Breng mij een stukje papier a.u.b.
Elke soort papier is geschikt.
Breng een blad papier alstublieft.

2. het papier het papier



Niderlandzkie słowo "papier" (het papier) występuje w zestawach:

Slowka holenderski