słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

pojawiać się po niderlandzku:

1. verschijnen verschijnen


Zullen er dit jaar opnieuw veldtekeningen verschijnen in Engeland? Ik denk van wel.
Er zijn mensen in de wereld die zo'n honger hebben, dat God alleen in de vorm van brood aan hen kan verschijnen.

Niderlandzkie słowo "pojawiać się" (verschijnen) występuje w zestawach:

Hij doet het nog steeds niet
back on the track
Słownictwo 2
czasowniki neregularne