słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

zarabiać po niderlandzku:

1. verdienen verdienen


Diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk.
Zijn enige doel in het leven is geld verdienen.
Boeren verdienen respect'
Ik zou meer geld willen verdienen.
Het is fantastisch om in Amerika te zijn, als je hier bent om geld te verdienen.
Een goede zakenman weet hoe hij geld kan verdienen.
Ze verdienen hun brood met het verzamelen en verkopen van oude kranten.
Drie kinderen grootbrengen én de kost verdienen is niet niks. Ga er maar aan staan als alleenstaande moeder!
Paarden die haver verdienen krijgen ze niet.

Niderlandzkie słowo "zarabiać" (verdienen) występuje w zestawach:

500 czasowników po niderlandzku 301 - 350
frazeologia i paremiologia
fiszki voor Mateusz
czasowniki pl - nd