onregelmatigwerkwoord

 0    87 fiszek    bbaaabafg
ściągnij mp3 drukuj graj sprawdź się
 
Pytanie Odpowiedź
Bewegen - bewoog / bewogen - bewogen (hebben))
rozpocznij naukę
نقل - تم نقله / تم نقله - تم نقله (يملك)
ik beweeg veel
rozpocznij naukę
أنا كثير التنقل
hij bewoog niet
rozpocznij naukę
لم يتحرك.
hij heeft de tafel bewogen
rozpocznij naukę
قام بتحريك الطاولة.
Bewijzen - bewees / bewezen - bewezen (hebben)
rozpocznij naukę
أثبت - أثبت / أثبت - أثبت (يملك)
ik bewijs dat het klopt
rozpocznij naukę
أثبت صحة ذلك
hij bewees zijn punt
rozpocznij naukę
لقد أثبت وجهة نظره.
hij heeft het bewezen
rozpocznij naukę
لقد أثبت ذلك.
bezitten - bezat / bezaten - bezeten (hebben)
rozpocznij naukę
يمتلك - كان يمتلك / كان يمتلك - كان يمتلك (يملك)
hij bezit een groot bedrijf
rozpocznij naukę
هو يمتلك شركة كبيرة.
hij bezat veel geld
rozpocznij naukę
كان يملك الكثير من المال
de familie heeft veel land bezeten
rozpocznij naukę
تمتلك العائلة الكثير من الأراضي.
bezoeken - bezocht / bezochten - bezocht (hebben))
rozpocznij naukę
زيارة - زار / زار - زار (يملك)
ik bezoek mijn vriend
rozpocznij naukę
أنا أزور صديقي
ik bezocht mijn oma
rozpocznij naukę
زرت جدتي
ik heb het museum bezocht
rozpocznij naukę
قمت بزيارة المتحف
bidden - bad / baden - gebeden (hebben)
rozpocznij naukę
يصلي - صلى (يملك)
ik bid elke dag
rozpocznij naukę
أصلي كل يوم
hij bad in de kerk
rozpocznij naukę
صلى في الكنيسة
hij heeft gebeden
rozpocznij naukę
لقد صلى
ik bid je om hulp
rozpocznij naukę
أرجوكم ساعدوني
hij bad om hulp
rozpocznij naukę
صلى طالباً المساعدة.
hij heeft om hulp gebeden
rozpocznij naukę
صلى طالباً المساعدة.
binden - bond / bonden - gebonden (hebben)
rozpocznij naukę
ربط - مرتبط (يملك)
ik bind mijn schoenen - het contract bindt mij
rozpocznij naukę
أربط حذائي - العقد يلزمني
hij bond het touw - de regel bond hem
rozpocznij naukę
ربط الحبل - القاعدة ألزمته
hij heeft het touw gebonden - het contract heeft hem gebonden
rozpocznij naukę
لقد ربط الحبل - العقد ألزمه
blijken - bleek / bleken - gebleken (zijn)
rozpocznij naukę
أن يظهر - ظهر (أن يكون)
het blijk dat het moeilijk is
rozpocznij naukę
يبدو أن الأمر صعب
het bleek dat het moeilijk was
rozpocznij naukę
اتضح أن الأمر كان صعباً
het is moeilijk gebleken
rozpocznij naukę
لقد ثبت أنه أمر صعب
blijven - bleef / bleven - gebleven (zijn)
rozpocznij naukę
ابقَ - بقي / بقي - بقي (يكون)
ik blijf thuis
rozpocznij naukę
سأبقى في المنزل
ik bleef thuis
rozpocznij naukę
بقيت في المنزل
ik ben thuis gebleven
rozpocznij naukę
بقيت في المنزل
breken - brak / braken - gebroken (zijn)
rozpocznij naukę
كسر - مكسور / كسر - مكسور (يكون)
het glas breekt
rozpocznij naukę
ينكسر الزجاج
ik brak de stok
rozpocznij naukę
كسرت العصا
het glas is gebroken
rozpocznij naukę
الزجاج مكسور
brengen - bracht / brachten - gebracht (hebben)
rozpocznij naukę
جلب - أحضر / أحضر - أحضر (يملك)
ik breng je koffie
rozpocznij naukę
سأحضر لك القهوة
ik bracht hem naar huis
rozpocznij naukę
أخذته إلى المنزل
ik heb het boek gebracht
rozpocznij naukę
أحضرت الكتاب
buigen - boog / bogen - gebogen (zijn)
rozpocznij naukę
ينحني - ينحني / ينحني - ينحني (يكون)
ik buig mijn hoofd
rozpocznij naukę
أنحني برأسي
hij boog de tak
rozpocznij naukę
قام بثني الغصن
de tak is gebogen
rozpocznij naukę
الفرع منحني
deelnemen - nam / namen deel - deelgenomen (hebben)
rozpocznij naukę
شارك - شارك - شارك
ik neem deel aan de les
rozpocznij naukę
أشارك في الدرس
ik nam deel aan de wedstrijd
rozpocznij naukę
شاركت في المسابقة
ik heb deelgenomen aan het project
rozpocznij naukę
شاركت في المشروع
denken - dacht / dachten - gedacht (hebben)
rozpocznij naukę
فكر - فكر / فكر - فكر (يملك)
ik denk dat hij komt
rozpocznij naukę
أعتقد أنه قادم
ik dacht dat het het makkelijk was
rozpocznij naukę
ظننت أنه أمر سهل
ik heb erover gedacht
rozpocznij naukę
لقد فكرت في الأمر
doen - deed / deden - gedaan (hebben)
rozpocznij naukę
do - did / did - done (have)
ik doe mijn werk
rozpocznij naukę
أقوم بعملي
ik deed mijn huiswerk
rozpocznij naukę
لقد قمت بواجبي المنزلي
ik heb het gedaan
rozpocznij naukę
أنا فعلت هذا
doorbrengen - bracht / brachten door - doorgebracht (hebben)
rozpocznij naukę
ينفق - أنفق / أنفق - أنفق (يملك)
ik breng de dag thuis door
rozpocznij naukę
أقضي اليوم في المنزل
ik bracht de avond met vrienden door
rozpocznij naukę
قضيت الأمسية مع الأصدقاء
ik heb het weekend rustig doorgebracht
rozpocznij naukę
قضيت عطلة نهاية الأسبوع بهدوء
doordringen - drong / drongen door - doorgedrongen (zijn))
rozpocznij naukę
يخترق - اخترق / اخترق - اخترق (يملك)
het geluid dringt door de muur
rozpocznij naukę
يخترق الصوت الجدار.
het besef drong langzaam door
rozpocznij naukę
بدأ الإدراك يترسخ ببطء
het is eindelijk doorgedrongen
rozpocznij naukę
لقد استوعبت الأمر أخيراً
doorgaan - ging / gingen door - doorgegaan (zijn)
rozpocznij naukę
استمر - ذهب / ذهب - استمر (لديه)
ik ga door met werken
rozpocznij naukę
أواصل العمل
hij ging door ondanks de problemen
rozpocznij naukę
استمر في العمل رغم المشاكل.
hij is doorgegaan
rozpocznij naukę
وتابع
doorlopen - liep - liepen door - doorgelopen (hebben)
rozpocznij naukę
يمر عبر - سار - سار عبر - سار عبر (يملك)
ik loop alle stappen door
rozpocznij naukę
أقوم بتنفيذ جميع الخطوات
hij liep de stappen door
rozpocznij naukę
سار عبر الدرج.
ik heb alles doorgelopen
rozpocznij naukę
لقد مررت بكل شيء
dragen - droeg / droegen - gedragen (hebben)
rozpocznij naukę
يلبس - ارتدى / ارتدى - ممزق (يملك)
ik draag een jas
rozpocznij naukę
أنا أرتدي معطفاً
hij droeg een tas
rozpocznij naukę
كان يحمل حقيبة
hij heeft een jas gedragen
rozpocznij naukę
كان يرتدي معطفاً.
drijven - dreef / dreven - gedreven (zijn)
rozpocznij naukę
أن يقود - قاد / قاد - قاد (أن يكون)
het hout drijft op het water
rozpocznij naukę
الخشب يطفو على الماء
de bood dreef weg
rozpocznij naukę
انجرف القارب بعيدًا
de bood is weg gedreven
rozpocznij naukę
لقد انجرف القارب بعيداً.
dringen - drong / drongen - gedrongen (zijn)
rozpocznij naukę
دفع - دفع / دفع - دفع (يكون)
mensen dringen bij de deur
rozpocznij naukę
الناس يدفعون الباب
hij drong naar voren
rozpocznij naukę
اندفع للأمام
hij is naar voren gedrongen
rozpocznij naukę
لقد مضى قدماً

Musisz się zalogować, by móc napisać komentarz.