słownik angielsko - niderlandzki

English - Nederlands, Vlaams

key po niderlandzku:

1. de sleutel de sleutel



Niderlandzkie słowo "key" (de sleutel) występuje w zestawach:

De populairste Engelse woorden 801 - 850
Most common Dutch words 851 - 900

2. sleutel sleutel


Hier is uw sleutel.
Zou ik de sleutel kunnen krijgen?
Hij legde de sleutel op de tafel, zoals hij gewend was.
Waar heb je die sleutel gevonden?
Zoek de verloren sleutel.
Zoals ge weet, is volharding de sleutel tot het succes.
Ik ben een slot zonder een sleutel.
Ik ben de sleutel van de kamer kwijt en kan er niet in.
Er ligt een sleutel op tafel.
Is dat de sleutel die je zoekt?
John haalde een sleutel uit zijn zak.
Kan ik nu de sleutel hebben?
Nadat ik mijn sleutel gevraagd had bij de receptie ging ik met de lift naar mijn verdieping.
Een gouden sleutel maakt alle deuren open.
Weet jij waar mijn sleutel is? Ik zie hem nergens. "Dan kijk je zeker met je neus, want hij ligt gewoon op tafel."

Niderlandzkie słowo "key" (sleutel) występuje w zestawach:

2000 Most Used Dutch Words (1/2)