słownik angielsko - niderlandzki

English - Nederlands, Vlaams

wish po niderlandzku:

1. wens wens


Ik heb maar één wens.
Ik wens u geluk.
Ik wens veel zinnen te schrijven.
Haar enige wens was haar enige zoon een laatste keer terug te zien.
Ik wens u veel geluk op het examen.
De wens is de vader van de gedachte.
Wens je meer info over onze activiteiten? Abonneer je hier op de nieuwsbrief.
Wat is je wens? vroeg het witte konijntje.
De wens komt tussen de nood en de eis.
Alleen ga ik niet naar de cinema, want na de film wens ik die graag te bespreken met iemand.
Ik wens dat ge de kamer vlug in orde brengt.
Mijn wens is om deze berg te bedwingen.
Ik wens een eenpersoonskamer met bad voor twee nachten.
Ik wens u een goede reis.
Ik wens u en uw geëerde familie al het beste.