słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

ból po niderlandzku:

1. de pijn de pijn



Niderlandzkie słowo "ból" (de pijn) występuje w zestawach:

1000 najpopularniejszych słów po niderlandzku 326 ...
svet lekcja 1

2. pijn pijn


Waar een tand pijn doet, daar gaat de tong naartoe.
De pijn wordt nu langzaam minder.
Ik heb wat medicijnen nodig om de pijn te bestrijden.
Naarmate de tijd verstrijkt, verdwijnt de pijn beetje bij beetje.
De belediging deed haar pijn.
De pijn is voor het grootste deel verdwenen.
Verleden pijn is vlug vergeten.
Het was zo koud, dat mijn oren pijn deden.
Toen ik op mijn hoofd stond, had ik pijn in de nek.
Aan een vreemd lichaam voelt men geen pijn.
Doet het pijn als ik hier sla?
Wat veroorzaakt gewoonlijk de pijn?
De pijn was ondraaglijk.
Laat mij weten als het pijn doet.
Het doet pijn.

Niderlandzkie słowo "ból" (pijn) występuje w zestawach:

de woorden part 1
słówka zo gezegd 1 i 2