słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

fizyka po niderlandzku:

1. de natuurkunde



Niderlandzkie słowo "fizyka" (de natuurkunde) występuje w zestawach:

Thema 2 van DE OPMAAT

2. natuurkunde


Ik hou van natuurkunde, maar nog meer van wiskunde.
Natuurkunde is de fundamentele natuurwetenschap.
Perry heeft zich vergist door te denken dat Emmets theorie geconstrueerd is zonder verwijzing naar de Newtoniaanse natuurkunde.
Natuurkunde interesseert me totaal niet.
Heb je nog moeite met natuurkunde?

3. fysica