słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

firma po niderlandzku:

1. de firma de firma



2. bedrijf bedrijf


John heeft dit bedrijf verlaten en is zijn eigen zaak begonnen.
Hij heeft een belangrijke positie binnen het bedrijf.
Als jullie de lessen van het seminar "Corruptiebestrijding binnen het bedrijf" niet willen volgen, kunnen jullie ook 200 hryvnia betalen en het certificaat gewoon zo ontvangen.
Hij heeft het bedrijf van zijn vader geërfd.
Beheer van een bedrijf is niet hetzelfde als eigenaar zijn van een bedrijf.
Bedrijf de liefde, niet de oorlog.
De directeur van het bedrijf, aan wie ik u deze vrijdag heb voorgesteld, wil u weer spreken.
Het bedrijf ging failliet.
Wat kan jij ons bedrijf bijbrengen?
De machine is buiten bedrijf.
Omdat de kabelbaan buiten bedrijf was, moesten we, voor zover dat kon, naar het dal skiën, en het laatste stukje lopen, omdat daar niet voldoende sneeuw lag.
Ons bedrijf is van plan een nieuwe chemische fabriek te bouwen in Rusland.
Handwerk is noodzakelijk in dit bedrijf.
Het bedrijf heeft vestigingen in 12 Europese landen.
Zijt ge tevreden met uw plaats in het bedrijf?

Niderlandzkie słowo "firma" (bedrijf) występuje w zestawach:

15 najważniejszych słów biznesowych po holendersku