słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

garnek po niderlandzku:

1. de pan de pan



Niderlandzkie słowo "garnek" (de pan) występuje w zestawach:

Pomieszczenia w mieszkaniu

2. de pot de pot



3. pot pot


De pot verwijt de ketel.
Bob vulde de pot met water.
Voor een pot uit klei is een ijzeren pot een gevaarlijke buur.
Er is geen pot zo scheef, of er past wel een deksel op.
Al wat je nodig hebt, is lekkere kaas en een pot zwarte kersenjam.

4. de pot potten de pot potten



5. pan pan


Kun je die pan even voor me opbeuren, dan leg ik deze onderzetter eronder.
Zou je die pan schoon kunnen schrobben?

6. de kookpan de kookpan