słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

jeść po niderlandzku:

1. eten eten


Honger was voor hem een abstract begrip; hij had altijd genoeg te eten.
Het merendeel van de mensen die met een vork eten, woont in Europa, Noord-Amerika en Latijns-Amerika; mensen die met stokjes eten, wonen in Afrika, in het Nabije Oosten, in Indonesië en in India.
Wat eten bijen?
In plaats van uit te gaan eten, laat ons naar mijn huis gaan wegens de felle regen.
En zo zat hij op een keer aan het eind van de middag in de tuin te eten, toen een dame met een baret rustig in zijn richting kwam om aan de tafel naast hem te gaan zitten.
Eten met een gezin in Peking, skilopen met een goede vriend in Polen, met een hartsvriendin in Belgrado wonen - dat zou ik zeker niet gedaan hebben zonder Esperanto.
Het is een beschamend feit dat, terwijl er landen zijn waar mensen honger lijden, er in Japan veel huishoudens en restaurants zijn waar veel eten weggegooid wordt.
Ik versta perfect Italiaans pochte zij, terwijl ze een schotel uit het menu koos. Maar toen het eten opgediend werd, was het helemaal niet wat ze verwacht had.
Democratie moet meer zijn dan twee wolven en een schaap die stemmen over wat ze 's avonds zullen eten.
Alvorens het huis te verlaten, verzeker er u van dat uw troeteldieren genoeg te eten hebben.
Wijze mensen spreken over ideeën, intellectuelen over feiten, en gewone mensen over wat ze gaan eten.
Als je later groot en sterk wilt worden, moet je veel spinazie en boterhammen met pindakaas eten.
Mijn moeder neuriede voor zichzelf terwijl ze in de keuken het eten klaarmaakte.
Het was een grote vuilcontainer, zei Dima, "en er was een heleboel eten, dus... het was niet direct oncomfortabel. Maar ja, het stonk wel nog erger dan het achterste van een ezel."
Als we de huur betalen aan de huiseigenares, zullen we geen geld meer hebben voor eten; we zitten tussen de duivel en de diepe blauwe zee.

Niderlandzkie słowo "jeść" (eten) występuje w zestawach:

500 czasowników po niderlandzku 51 - 100
1000 najpopularniejszych słów po niderlandzku 251 ...
Czasowniki niderlandzkie 1
czasowniki pl - nd
Infinitief 2