słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

torebka po niderlandzku:

1. de handtas de handtas



Niderlandzkie słowo "torebka" (de handtas) występuje w zestawach:

Ubieranie się, ubranie.
mijn eerste 100 woorden

2. Handtas Handtas


Haar handtas is gestolen.
Mary beweerde dat de handtas een geschenk was van haar man.
Ik wil die handtas.
Verlies je handtas niet.

3. tas tas


Van wie is deze tas?
Welke tas is van jou?
Deze tas is in geen enkele winkel verkrijgbaar.
Hij dronk een tas thee en vroeg er nog een.
Is dit jouw tas of de zijne?
Geef mij een tas melk alstublieft.
Mag ik een papieren tas?
Breng ons alstublieft twee tassen thee en een tas koffie.
Men heeft mijn tas gestolen.
De jongeman stal haar tas.
Hij draagt een tas op zijn rug.
Wilt ge een tas koffie?
Daarna ging ik daar weg, maar ik kwam er achter dat ik mijn tas vergeten was.
Deze doos is zo groot dat hij niet in mijn tas past.
Mijn tas is te oud. Ik moet een nieuwe kopen.

4. het tasje het tasje



Niderlandzkie słowo "torebka" (het tasje) występuje w zestawach:

Mała powtórka

5. de tas de tas