słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

zadanie po niderlandzku:

1. de taak de taak



Niderlandzkie słowo "zadanie" (de taak) występuje w zestawach:

LES 4 Oefeningen - woordenschat part 1

2. de klus de klus



Niderlandzkie słowo "zadanie" (de klus) występuje w zestawach:

Taaltalent 4

3. de opdracht de opdracht



Niderlandzkie słowo "zadanie" (de opdracht) występuje w zestawach:

De opleiding (H11+ H4)
Lekcja 11-12

4. taak taak


Uw taak was erg moeilijk.
Hij heeft mij een nieuwe taak toebedeeld.
Ze hebben ons deze taak opgelegd.
Hij kon de taak aan.
De taak is zo moeilijk dat ik ze niet kan volbrengen.
Uiteindelijk moest hij de taak overnemen.
De taak verbruikte al zijn energie.
Hij vervulde de taak op eigen krachten.
Mijn eerste taak was om er ongekwalificeerde sollicitanten uit te halen.
De taak is zo goed als afgewerkt.
Ze denken dat hij niet geschikt is voor deze taak.
Ik zal deze taak volbrengen.
Het is zijn taak onkruid te wieden in de tuin.
Kleren wassen is mijn taak.

Niderlandzkie słowo "zadanie" (taak) występuje w zestawach:

E-mail testy

5. toewijzing toewijzing



6. opgave opgave


Deze opgave is te eenvoudig.
Ik versta deze opgave echt niet.